|
Schaduw
Schaduw
‘Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende,zegt tegen de heer: ‘Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op U vertrouw ik’ (Psalm 91) Op warme dagen ga je anders naar bomen kijken. Ineens zijn ze geen decor meer, maar een bestemming. Op het dorpsplein verschuiven mensen hun stoel een paar meter. Wandelaars kiezen de kant van de weg waar de schaduw valt. Fietsers stappen even af onder een oude eik. Wonderlijk eigenlijk. Schaduw is niets wat je 3 kunt vastpakken. Ze is er alleen dankzij het licht. En toch kan juist schaduw maken dat een mens het volhoudt. Nu de zomer steeds vaker dagen kent waarop we van schaduw naar schaduw lopen, groeit ook mijn respect voor bomen. Ze geven meer dan schoonheid. Ze vangen de hitte op, houden water vast en maken de wereld een beetje leefbaarder. Bomen zijn stille leermeesters. Ze reiken naar het licht en schenken ondertussen verkoeling aan iedereen die onder hun takken komt. Daarom raakt het me dat de dichter van Psalm 91 spreekt over de schaduw van de Ontzagwekkende. Niet over een God die alle hitte uit het leven wegneemt, maar over een God bij wie een mens kan schuilen. Die woorden krijgen op een warme julidag bijna vanzelf betekenis. Er zijn momenten waarop het enige wat je nodig hebt, een plek is waar je op adem kunt komen. Waar de druk wegvalt. Waar je niet hoeft te bewijzen dat je sterk bent. Schaduw: een plek van waaruit je het leven weer aankunt. En dat gun je dan ook een ander. Dat is misschien wel wat geloof zichtbaar maakt. Niet door grote woorden, maar door een manier van aanwezig zijn als mens voor je medemens. Door niet altijd zelf het middelpunt te willen zijn, in een oververhitte samenleving. Door te luisteren voordat er geoordeeld wordt. Door een ander de ruimte te geven om even op adem te komen. Zo kunnen mensen iets worden van die boom op een hete zomerdag: een plek van rust en beschutting. Niet omdat zij zelf het licht zijn, maar omdat zij iets hebben ontvangen dat zij mogen doorgeven. Een boom vraagt niet wie er onder zijn takken komt zitten. Hij maakt geen onderscheid. Hij staat er, diep geworteld, en geeft wat hij te geven heeft. Misschien ligt daar een eenvoudige voor mensen van geloof: niet nog meer hitte toevoegen aan een wereld die al warm genoeg is, maar een plaats worden waar een ander weer kan ademen. Ds. Anneke van der Velde | ||
| terug | ||

